ontscholen
Pas tegen tienen kom ik aanlopen over het paadje langs het gebouw, en vanuit het BHV-kamertje groeten bekende gezichten me al door de ruit. De teambespreking is bijna ten einde. Het is er gezellig druk want ook studenten komen soms, alleen of als groepje, langs om iemand te zoeken. "Wie ben jij?" "Jan Kees van de Kenniskring. En hoe heet jij?" Ik probeer wel namen te onthouden, maar als ze meteen weer weg zijn lukt dat niet goed.
Teun is niet meteen weg. Hij wacht op zijn leraar Engels, een Kenniskring collega, die echter van ver moet komen en niet altijd kan. Met het verstrijken van de tijd wordt het minder waarschijnlijk dat hij nog komen zal. We praten wat over de rekenmethode die bij De Ruimte in de kast staat en waaruit hij (soms) zelfstandig leert. Daar heb ik op zondag 12 maart al wat in gebladerd. Teun verdwijnt.
"Je mag ook wel naar de grote zaal gaan hoor" zegt Caroline tegen me, terwijl ik nog alle indrukken van de laatste tien minuten sta te verwerken. Twee al wat oudere studenten werken aan de BHV computer: de ene leest de presentielijst van de afgelopen week voor en de ander bewerkt een Excel sheet. Wie van hen wilde nou iets met Wiskunde? Andere keer...
Inderdaad: iets weerhield me van die gang naar de grote zaal. Wat moet ik daar, gewoon ergens gaan zitten soms? Nu ja, eerst maar eens koffie halen. Net als vorige week zie ik Jannie in de keuken; de koffie duurt nog even. Daar komt Teun. De interactie tussen die twee verloopt flitsend, het komt er op neer dat zij wil dat hij voor haar krentenbollen bij de C1000 gaat halen omdat ze niets bij zich heeft en zelf niet weg kan vanwege de Onderzoekskring. Hij heeft geen zin en laat zich ook niet onder druk zetten... totdat ik aanbied, hem met de auto te rijden. Dan wil hij wel. Hij meldt zich af bij de BHV-er (Caroline) en we gaan. Het is na tienen dus het hek moet open en weer dicht.
Onderweg hoor ik veel over de Onderzoekskring, waaraan Teun zelf ook deelgenomen heeft. Hij belicht een minder leuke kant, iets dat ik samenvat als ?opbreng-terreur'. Te vaak gebruiken studenten het machtwoord "ik breng je op hoor" als dreigement tegen elkaar, en voeren dat soms ook klakkeloos uit, zonder eerst te proberen er met praten uit te komen. Resultaat: een enorme stapel aanklachten waar de Onderzoekskring tot diep in de middag op zit te zwoegen, en die meestal weinig te betekenen hebben.
Verder schijnt het er afgelopen dinsdag iets goed fout te zijn gegaan, met als gevolg dat de voorzitter van de Onderzoekskring met time-out gestuurd is. Daar schrik ik toch wel even van... maar ach, denk ik even later: niets is leerzamer dan ervaring!
Als we terug zijn is de koffie klaar. Nu gaat alles vanzelf: ik zit in de grote zaal, met koffie, op de bank naast de boekenkast. Teun naast me; soms vraag ik hem wat, zoals "Wie ruimt die boekenkast eens op?" (en begin er bijna zelf mee). Mijn oog valt op ?Het geheim van Rotterdam' van Thea Beckman. Ik blader en lees er wat in; had altijd al een indruk van dat boek willen hebben.
Tegenover ons zitten Caroline en Karl, zonder koffie, zacht te overleggen. Even komt het in me op, aan te bieden om voor hen koffie te halen, maar dan zegt m'n gevoel: ach nee, laat maar.
Even verderop aan tafel doen studenten een kaartspel. Maar ze doen veel meer, ze wisselen van alles uit in de onderlinge gesprekken en geintjes (驮, twee, twee komma zes... en even later: nee, er was geen consent).
Dan wordt het tijd om op te stappen, ik moet eind van de ochtend nog ergens anders zijn. Ik sta op en zeg tegen Caroline dat ik verder moet, wat ze jammer vindt. "Volgende week is Goede Vrijdag h迢 "Klopt, dan is er geen school." Zonder dat het gezegd is weet ik dat ik de week daarop weer welkom zal zijn.
In de auto zeurt een stemmetje in m'n hoofd: wat een flut-ochtend! Wat heeft wat je gedaan hebt nou eigenlijk met wis- en natuurkunde te maken? Je had toch tenminste kunnen aanbieden om Teun de gemiste les Engels te geven?
Maar ik weet intussen dat het om zulke uiterlijke dingen niet gaat, en dat het echte Kenniskring-werk heus wel komt. Wat ik wel heb gedaan: me voegen naar, me begeven in de sfeer van De Ruimte. Loslaten, los komen van al dat ?moeten' van het gewone leven. Durven te vertrouwen dat alles wat gebeurt goed is, dat niets te vroeg of te laat komt, dat er nooit leegte is als je je intuﴩe durft te laten spreken en van daaruit initiatief kunt tonen.
En ik weet dat voor dit alles een woord bestaat, een woord waarover ik gelezen en gehoord heb, maar waarvan ik deze ochtend iets van de praktijk heb mogen proeven: ont-scholen.