|
|
PDS /
FilosofieFilosofie met kinderenUit de kelder van de school hoor ik gehuil. Ik ga even kijken wat er aan de hand is. Tommy (schuilnaam, red.) zit op de grond, met in zijn vijfjarige knuistjes een boterham. Zijn broodtrommel ligt open naast hem. "Wat is er Tommy?" vraag ik. "Huu! Mijn allerlekkerste boterham is op de grond gevallen en nou is 'ie vies!" brult Tommy. Ik bekijk de boterham die hij in zijn handen heeft, een exemplaar met pindakaas en kaas. Aparte combinaties verzinnen mensen toch altijd met pindakaas! "Ik zie het al, de kaas is helemaal vies. Wat ontzettend jammer van die boterham. Maar weet je wat? Als we de kaas weggooien, kun je hem nog eten. Dan zit er gewoon pindakaas op." Tommy knikt, de kaas mag weg. "Maar ik denk wel dat ik vandaag doodga van de honger," zegt hij met een zielig stemmetje. Ik neem zijn hoofdje in mijn handen en zeg: "Ik denk dat het wel meevalt, maar áls het gebeurt kom je gewoon lekker bij mij zitten." Tommy kijkt me aan, nog niet helemaal gerustgesteld. "Of ik kruip in mijn kluisje," snikt hij. "Dat kan ook, maar dan ben je helemaal in je eentje. Vind je het niet fijner om dan met iemand samen te zijn?" vraag ik, omdat ik er zelf niet aan zou moeten denken ergens in een donker hoekje helemaal alleen dood te gaan. Maar voor Tommy maakt het niet zoveel uit: "Dan maar met Filip.." zucht hij. En hij loopt weg om zijn vriendje te zoeken. (Een verhaal uit De Ruimte Soest) |